1. Home /
  2. Over ons /
  3. Nieuws /
  4. Afdekken van valutarisico met valutaderivaten:...

Afdekken van valutarisico met valutaderivaten: een dure hobby?

Een tijdje geleden sprak ik een relatie over het afdekken van valutarisico met een valutaderivaat, zoals een valutatermijncontract en een valutaswap. Deze relatie was van mening dat het afdekken van valutarisico met valutaderivaten een dure hobby is. Zijn belangrijkste argument was dat de agio of de forwardpunten voor bijvoorbeeld een EUR/USD-valutatermijncontract relatief hoog zijn en dat hierdoor het afdekken van het valutarisico duur is. De redenering is logisch, maar is dit wel het hele verhaal?

29 mei 2018

Deel op  

In drie blogs zal ik de komende tijd ingaan op het vraagstuk of het afdekken van valutarisico een dure hobby is. In deze eerste blog belicht ik in detail het bepalen van de termijnkoers. Vervolgens ga ik in de tweede blog in op de forwardpunten en de impact van forwardpunten op het rendement. In de laatste blog maak ik de stap van theorie naar praktijk en wordt de theoretische termijnkoers vergeleken met de termijnkoers zoals geprijsd in de markt. In drie blogs geef ik antwoord op de vraag of het afdekken van valutarisico een dure hobby is.

Leveren van een valuta op termijn heeft zijn prijs 

Om antwoord te kunnen geven op de gestelde vraag is het belangrijk om eerst de theoretische bepaling van de termijnkoers te begrijpen. Een valutatermijncontract is bijna hetzelfde als het handelen in een valutapaar (bijvoorbeeld euro’s verkopen tegen Amerikaanse dollars) in de spotmarkt. De prijs die wordt betaald is de wisselkoers voor de handel in een specifiek valutapaar. Er is echter een belangrijk verschil tussen handel op de spotmarkt en de handel in een termijncontract. De valuta’s van een valutatermijncontract worden namelijk niet geleverd op de spot datum, maar op bijvoorbeeld een termijn van drie maanden. Het niet leveren van valuta’s op de spotdatum maar op een langere termijn heeft een prijs. Deze prijs wordt uitgedrukt in forwardpunten.

Het renteverschil tussen twee valuta’s bepaalt de termijnkoers

Theoretisch worden forwardpunten louter bepaald door het renteverschil tussen twee valuta’s in een valutapaar. Als er geen renteverschil is dan is er (theoretisch) ook geen op- of afslag van de spotkoers voor het leveren op termijn. De spotkoers is dan gelijk aan de termijnkoers. Indien de rente van de Amerikaanse dollar hoger is dan de eurorente dan is de termijnkoers van de dollar lager dan de spotkoers en vice versa. Hierdoor kan niet risicovrij worden gearbitreerd. In de volgende paragraaf werken we dit in een voorbeeld uit.

Voorbeeld: hogere rente = lagere termijnkoers dan de spotkoers

Een Nederlandse belegger kan zijn vermogen van Eur 100.000.000 uitlenen in een 12 maand deposito voor de geldende rente van -0,19% (Euribor 12 maand per 14 mei 2018). Aan het eind van de periode is het vermogen, door de negatieve rente, gedaald naar Eur 99.810.000. Deze belegger heeft ook de mogelijkheid om zijn geld in Amerikaanse dollars uit te lenen via een deposito (wisselkoers 1,183 per 14 mei 2018). De rentevergoeding in Amerika is op dit moment fors hoger, namelijk 2,75% (US-Libor 12 maand per 14 mei 2018).

Wat zou u doen? Het uitlenen in de Amerikaanse markt tegen een veel hogere rente en aanvullend het wisselkoersrisico afdekken met een valutatermijncontract? Of maakt het voor het rendement niet uit welke keuze je maakt omdat het rendement in euro’s altijd gelijk is?

Het laatste is het juiste antwoord. Doordat de termijnkoers van een valuta tegengesteld beweegt aan het renteverschil is risicovrije arbitrage niet mogelijk. Dit betekent dat als de rentevergoeding in Amerika hoger is dan is de termijnkoers van de Amerikaanse dollar lager dan de spotkoers. Hierdoor is het euro rendement van de USD-deposito waarbij het wisselkoersrisico met een valutatermijncontract wordt afgedekt gelijk aan het uitzetten van het geld in een euro deposito. Indien de dollar op een termijn van 12 maanden dezelfde koers heeft is het rendement in USD hoger, namelijk 2,75% in plaats van het rendement in euro’s van -0,19%. De dollar moet in de termijnmarkt lager zijn dan de spotkoers zodat het rendement van USD-deposito (uitgedrukt in euro’s) hetzelfde is als het rendement van euro deposito. In bovenstaand voorbeeld is de 12 maanden termijnkoers van de dollar 1,217. Door deze daling van de Amerikaanse dollar (uitgedrukt in de vooraf afgesproken termijnkoers) is het rendement in dollars gelijk aan het rendement in euro’s.

Vanuit theoretisch oogpunt wordt de termijnkoers bepaald door het renteverschil van twee valuta’s. Hierdoor is risicovrije arbitrage niet mogelijk. Dat de termijnkoers ongelijk is aan de spotkoers heeft natuurlijk impact op het resultaat van de valuta afdekking en de impliciete kosten die hiermee zijn gemoeid. In het volgende artikel gaan we hier dieper op in. Daarna gaan we verder in op het verschil tussen de theorie en de praktijk.

Begrippenlijst:

Spotmarkt: de valutamarkt voor onmiddellijke levering/betaling van valuta’s.
Valutatermijncontract: een contract waarin is vastgelegd om twee valuta’s op een termijn langer dan in de spotmarkt uit te wisselen.
Forwardpunten: een op- of afslag uitgedrukt in punten (1 punt = 1/10.000ste) voor het leveren van een valuta op termijn.

 

Marcel Kruse

Meer weten over valutarisico?

Marcel Kruse

Senior Balance Sheet Manager
+31 (0)20 557 2675