1. Home /
  2. Over ons /
  3. Nieuws /
  4. Xander den Uyl: "Vermogensbeheerders...

Xander den Uyl: "Vermogensbeheerders en vermogenseigenaren zijn niet elkaars natuurlijke vijanden."

Op 1 januari is Xander den Uyl verkozen tot Board Member van de PRI en voorzitter van het Asset Owner Advisory Committee. Hij heeft een duidelijk doel voor ogen. “Engagement zou steeds meer omgezet moeten worden in bij de doelgroep passende beleids- en investeringsbeslissingen.”

03 mrt 2016

Deel op  

"De overheid kan beter sturen op transparantie in plaats van allerlei ‘tick the box’ verplichtingen."

Maatschappelijk verantwoord beleggen kruipt steeds meer in het DNA van institutionele beleggers. Vaak baseren zij zich daarbij op de Principles for Responsible Investment (PRI) van de Verenigde Naties. Primair richt de PRI zich op het meer ‘mainstream’ krijgen van maatschappelijk verantwoord beleggen. Daarvoor faciliteert de PRI wetenschappelijk onderzoek en een ‘Engagement Bank (the PRI clearing house)’, onder wiens vlag deelnemers gezamenlijk kunnen optrekken om bepaalde initiatieven van de grond te krijgen. Ook zijn er een aantal Committees, waaronder dus het Asset Owner Advisory Committee (AOAC) waar Xander den Uyl nu voorzitter van is.

“Een belangrijk discussiepunt binnen de PRI is wie nu het primaat heeft bij de discussie over verantwoord beleggen”, zegt Den Uyl. “Zijn dat de vermogensbeheerders of de vermogenseigenaren? Feitelijk zijn dat de vermogenseigenaren als opdrachtgevers van de beheerders. Het AOAC wil de positie van de eigenaren daarom versterken. Als Nederlander ben ik daarbij wel voorstander van polderen. Vermogensbeheerders en vermogenseigenaren zijn niet elkaars natuurlijke vijanden, maar zouden juist samen moeten werken om de doelstellingen van de PRI te realiseren. Bij de vermogensbeheerders, laten we dat niet vergeten, zit heel veel kennis over beleggen. Bij de vermogenseigenaren wil dat nogal wisselen waardoor hun invloed op de beheerder niet altijd even groot is. Om dat dichter bij elkaar te brengen gaat tijd kosten.”

Op het gebied van verantwoord beleggen is er sprake van verschillende snelheden. In Scandinavië maar ook in Nederland is het beleid redelijk tot goed geregeld. Zo is in Nederland in de Pensioenwet de verplichting opgenomen dat pensioenfondsen over hun verantwoord beleggingsbeleid moeten rapporteren. De Nederlandsche Bank heeft daar ook een speerpunt van gemaakt in haar Toezicht thema’s 2016. De rest van Europa is nog niet zover. “Zelf ben ik groot voorstander van een informatieplicht voor institutionele beleggers zonder die per se in wetgeving vast te leggen. Die morele verplichting moet van onderop komen, dus van de deelnemers richting hun pensioenfonds en van de pensioenfondsen richting vermogensbeheerders. De overheid kan beter sturen op transparantie in plaats van allerlei ‘tick the box’ verplichtingen. Uiteindelijk werkt vrijwilligheid in mijn ogen beter dan verplicht zijn tot, waarbij de 10 punten van de UN Global Compact een zeer belangrijk ijkpunt zijn.”

Ethiek versus risicobeheersing
Een vaak gebezigd argument tegen verantwoord beleggen is dat de fiduciaire verantwoordelijkheid van pensioenfondsen en andere aanbieders van pensioenregelingen voor een goed rendement daardoor in gevaar komt. Den Uyl is het daar niet mee eens. “Empirisch onderzoek toont aan dat verantwoord beleggen loont op de lange termijn. Niet onlogisch, want een duurzaam bestuurde onderneming die zich verantwoord gedraagt gaat lang mee. Je zou de vraag zelfs kunnen omdraaien. Dwingt je fiduciaire verantwoordelijkheid niet juist tot verantwoord beleggen? In ieder geval zal er altijd een goede alignment moeten zijn tussen beide verantwoordelijkheden. In Nederland vertaalt zich dat in de verplichting voor pensioenfondsen om ‘prudent’ te beleggen. Onder andere het ABP baseert zich sterk op deze alignment.”

Zelf vindt Den Uyl vooral de discussie over ethiek versus risicobeheersing zeer interessant. Waarom doe je aan verantwoord beleggen? “Grotere organisaties zullen altijd kijken naar het managen van de risico’s van verantwoord beleggen, met name het reputatie- en vertrouwensrisico maar zeker ook het rendementsrisico. Ik denk dat je het beleid niet teveel moet laten leiden door ‘uitsluiting’ (exclusion). Maar ik ben er wel stellig van overtuigd dat institutionele beleggers het verschil kunnen maken. Er zijn bijvoorbeeld belangrijke initiatieven vanuit de International Investors Group on Climate Change, de IIGCC. En de PRI organiseert ieder jaar een congres met workshops over actuele ontwikkelingen. Anderhalf geleden heeft dat geleid tot de ‘Montreal pledge’. De ondertekenaars hebben zich verplicht om de carbon footprint in hun beleggingsportefeuille inzichtelijk te maken. De volgende stap is om daar ook daadwerkelijk iets aan te doen, bijvoorbeeld door uit bepaalde aandelen te stappen of actief de dialoog met bedrijven aan te gaan. De PRI en haar leden spelen daar als organisatie dus een belangrijke rol en zit middenin de discussie. Met de kanttekening dat verstandig beleggen in het belang van de deelnemers altijd bovenaan dient te staan.”

Transparantieverplichting
Een verantwoord beleggen beleid opstellen is één, het daadwerkelijk (laten) uitvoeren is twee. Hoe kunnen institutionele beleggers de uitvoering van hun beleid het beste monitoren?
“Binnen de PRI woedt een hele discussie op dat gebied. Volstaat een informatieplicht of moet je als belegger juist actief rapporteren over de gevolgen van de uitvoering van je beleid? Custodians als KAS BANK kunnen helpen bij de transparantieverplichting. Een externe accountant kan het beleid auditen. Maar daarmee weet je nog niet hoe zwaar bepaalde ESG factoren hebben meegewogen in je beleid en wat de criteria zijn om te bepalen of het beleid succesvol is. Zelf ben ik erg voor een zo objectief mogelijke beoordeling die is vastgelegd in internationale wet- en regelgeving en door organisaties als de PRI, OESO en dergelijke. De inhoudelijke afweging over de effectiviteit van het beleid moet de klant/deelnemer dan zelf maken. Pensioenfondsen hebben wat dat betreft een organisatorische voorsprong in de vorm van een Verantwoordingsorgaan.”

Den Uyl is sterk voorstander van invloed van deelnemers op het verantwoord beleggingsbeleid. Bij zijn eigen ABP ziet hij dat de betrokkenheid van de deelnemers groeit. “Maar engagement moet wel leiden tot investeringsbeslissingen. Je zou de beleggingsbeslissing kunnen koppelen aan je doelgroep. PWRI, het fonds voor de Sociale Werkvoorziening, wil bijvoorbeeld beleggen in duurzame ondernemingen die echt werk maken van hun beleid ten aanzien van mensen met een arbeidsbeperking. Een redelijk abstracte discussie krijgt zo duidelijk handen en voeten.” 

Xander den Uyl is o.a. bestuurslid van pensioenfonds ABP.  Op 1 januari 2015 is hij verkozen tot Board Member van de PRI en voorzitter van het Asset Owner Advisory Committee.

De organisatie Principles for Responsible Investment (PRI) is in 2006 (als UN-PRI) opgericht door de Verenigde Naties en een aantal grote institutionele beleggers, waaronder het ABP en PGGM. Inmiddels telt de PRI 1400 leden, waaronder 900 vermogensbeheerders, 300 ‘asset owners’ en 200 consultants. 38 van de ‘asset owners’ leden komen uit Nederland. De PRI wordt bestuurd door een Board bestaande uit twee VN-functionarissen, tien gekozen leden, waaronder Xander den Uyl, en een onafhankelijke voorzitter. 

KAS BANK ondertekende in 2006 als eerste custodian de (toen nog) UN-PRI.