1. Home /
  2. Over ons /
  3. Nieuws /
  4. Wat kan het Verenigd Koninkrijk...

Wat kan het Verenigd Koninkrijk leren van het FTK?

In de ‘vrijheid, blijheid’ wereld van het Verenigd Koninkrijk hebben individuen meer controle over hun pensioen en pensioenkeuzes dan in Nederland. In het verlengde van deze keuzevrijheid vormen de kosten en tarieven voor de beleggingen van het pensioenfonds een belangrijk thema. De Nederlandse FTK rapportage kan voor de Britten een mooie leidraad zijn.

12 mrt 2015

Deel op  

De kosten en tarieven voor beleggingen waren lange tijd niet-waarneembaar of niet berekenbaar. Totdat in Nederland het Financieel Toetsingskader (FTK) werd geboren. Met deze wettelijk vereiste rapportage moeten pensioenfondsen juist over hun kosten en vergoedingen (aan hun vermogensbeheerders) rapporteren aan de toezichthouder. 

Het FTK is een gestandaardiseerde rapportage met als doel, volgens De Nederlandsche Bank (DNB), om pensioenfondsen “een solide financiële structuur te geven die verbinding maakt met het beheer en de communicatie van het pensioenfonds.” De FTK rapportage maakt gebruik van marktwaardering voor de activa en de contante waarde van de verplichtingen. De hiervoor gebruikte discontovoet is de EUR zero coupon swap curve en de Ultimate Forward Rate, zoals gespecificeerd door DNB. Deze percentages verschillen van de berekeningen die in het Verenigd Koninkrijk voor de boekhouding of de toezichthouderrapportage worden gebruikt.

Kostentransparantie
In Nederland is transparantie zowel een kernonderdeel als een gevolg van de FTK rapportage. Als de rapportages geen duidelijk beeld geven van de financiële positie van het pensioenfonds, kan niet worden voldaan aan de compliance verplichtingen van het pensioenfonds-bestuur en de toezichthouder. Het FTK is namelijk ontworpen met de prestaties, kosten en vooral het risico van pensioenfondsen in het achterhoofd.

Kostentransparantie is een populair onderwerp in zowel het Verenigd Koninkrijk en Nederland. De berg aan academische analyses en empirisch bewijs over de omvang en het niveau van de kosten groeit en groeit. De moeilijkheden bij het schatten van een aantal impliciete kosten zijn beslist niet triviaal, maar meer gestandaardiseerde methoden zou dit kunnen terugbrengen naar een beheersbaar probleem.

Al die studies leveren wel een breed scala aan verontrustende resultaten op voor het Verenigd Koninkrijk. Bij 80% van de Local Government Pension Schemes zijn de administratie- en investeringskosten bijvoorbeeld met 169% gestegen sinds 2011. Volgens SCM Wealth Managers gaat in totaal 18,5 miljard GBP van het pensioenvermogen op aan verborgen kosten. En het Pension Institute schat dat de verschillen tussen bied- en laatkoersen en andere vormen van transactiekosten goed zijn voor 85% van de totale transactiekosten van pensioenfondsen.

Discussienota
Het debat in het Verenigd Koninkrijk is aangewakkerd door een discussienota (‘Improving Transparency in Workplace Pensions’) van het Department for Works and Pensions en de Financial Conduct Authority. De nota zelf vloeide weer voort uit de wettelijke vereisten voor informatieverschaffing die aan onafhankelijke
governance commissies zijn gesteld. Het document werd vergezeld van een verslag door Novarca, een onderneming die institutionele beleggers ondersteunt om hun investeringstekorten inzichtelijk en beheersbaar te maken. Hierin wordt gesteld dat een asset-class niveau benadering een effectieve rapportagevorm zou kunnen zijn. Het Nederlandse FTK maakt al van deze aanpak gebruik.

In de jaarlijkse FTK rapportage is ook een transactiekostenanalyse vereist. De netelige kwestie van impliciete kosten voor transacties die niet zijn uitgevoerd op ‘agency’-basis, is opgelost door schattingen te standaardiseren. De Pensioenfederatie heeft een matrix opgesteld voor de transactiekosten voor de verschillende beleggingscategorieën. Het gebruik van deze schattingen is verplicht indien de werkelijke kosten niet bekend zijn. Deze kostenramingen zijn conservatief en, naar algemeen wordt aangenomen, eerder te hoog dan te laag. Dit heeft echter geen invloed op de intrinsieke waarde van de portfolio, hoewel zij beslist een beeld geven van de efficiency van de prestaties van vermogensbeheerders.

Er zijn zeker argumenten voor en tegen  een gestandaardiseerde vorm van verslaggeving in het Verenigd Koninkrijk. Net zo goed zijn er vragen hoe diepgaand de rapportages moeten zijn. Het roept ook de vraag op of een transactiekostenmatrix werkelijk een omgeving creëert voor meer kostentransparantie binnen de asset management industrie. Of zou dit alleen maar dienen om de ware aard van deze kosten te verhullen?voor een fonds dat meer risico draagt?

Verschillen tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk

  • Het Nederlandse pensioenstelsel vereist dat pensioenregelingen ten minste moeten worden gefinancierd tot een bepaald minimumniveau. Dit ‘Vereist EigenVermogen’ (VEV) lijkt erg veel op de
    kapitaaleisen van Solvency II voor verzekeraars of de buffers voor banken.
  • In de Britse pensioenmarkt wordt voor DB-regelingengeen specifiek beroep op de werkgever als sponsor gedaan. In Nederland dragen de deelnemers het performance risico van het fonds, in het Verenigd Koninkrijk draagt de sponsor dit risico.
  • In Nederland staan veel regelingen nog steeds open voor nieuwe deelnemers en wordt het VEV
    bepaald met behulp van een op risico gebaseerde benadering, waardoor de minimale dekkingsgraad hoger is voor een fonds dat meer risico draagt.
  • De FTK rapportages worden steeds complexer en veelomvattender en lopen uiteen van de maandelijkse beoordeling van de dekkingsgraad tot meer complexe kwartaalstaten en de jaarlijkse volledige waardering van de gezondheid en prestaties van het fonds.