1. Home /
  2. Over ons /
  3. Nieuws /
  4. Risico en reputatie in de charitatieve...

Risico en reputatie in de charitatieve sector

Bestuurders en toezichthouders bij (charitatieve) fondsen doen er goed aan hun governance nader te bekijken.

Onvoldoende professionele governance en beheer van middelen leiden namelijk tot risico’s en mogelijke schade voor de reputatie en financiën van zowel het fonds als van haar bestuurders.

07 dec 2015

Deel op  

Hoe kan de filantropische sector haar governance verbeteren?

  • Maak binnen het bestuur een duidelijke verdeling van competenties, taken en verantwoordelijkheden
  • Stel een financieel (of beleggings) statuut op waarin de regels voor behoud van het vermogen zijn vastgelegd
  • Leg duidelijke criteria vast voor duurzaam beleggen
  • Werk met heldere rapportages die inzicht geven met welke risico’s het rendement is behaald, wat de toegevoegde waarde van de beheerder is ten opzichte van de markt, of men zich houdt aan de gestelde (duurzaamheids)criteria en wat de werkelijke kosten van het beheer zijn geweest

Transparantie en extern toezicht komen professionaliteit ten goede

In 2016 wordt het Validatiestelsel geïntroduceerd: een normenstelsel dat het publieksvertrouwen in de filantropische sector moet borgen en de effectiviteit en resultaatgerichtheid van de sector moet verhogen. De maatschappelijke betekenis van de charitatieve sector wordt namelijk steeds groter nu de overheid zich steeds meer terugtrekt. Jaarlijks wordt circa €4,4 miljard gedoneerd door huishoudens, vermogensfondsen, het bedrijfsleven en goededoelenfondsen. Dat vraagt om meer transparantie bij de charitatieve sector richting samenleving en dat zij verantwoording aflegt over wat ze doet. 

Belang en omvang van de goededoelensector vraagt om een professionele inrichting van het bestuur. Niet alleen affiniteit met het goededoel moet daarbij een rol spelen maar ook de competenties en een duidelijke taakomschrijving voor alle bestuursleden. Onvoldoende professionele governance en middelenbeheer introduceert risico’s die kunnen leiden tot enorme financiële en reputatieschade voor zowel fonds als haar bestuurders.

De governance is nu vaak nog ingericht volgens een model waarbij het collectief verantwoordelijk is. Belangrijke bestuursportefeuilles, zoals risicomanagement, compliance, personeel en bestedingen/subsidies zijn vaak niet apart benoemd, laat staan verdeeld. Doordat eigenaarschap ontbreekt, kunnen belangrijke zaken en risico’s over het hoofd worden gezien.

Middelenbeheer: onzichtbare risico’s
In de praktijk ligt de focus van bestuurders vooral op de inkomende- en uitgaande geldstromen. Begrijpelijk, want het aantrekken van middelen is noodzakelijk om de projecten/goededoelen te  ondersteunen. Tegelijkertijd wordt de publieke druk op effectieve besteding steeds groter. Opvallend is, dat fondsen in lang niet alle gevallen vastleggen hoe het toevertrouwde vermogen dat nog geen  aanwending heeft, moet worden beheerd en behouden. Besturen realiseren zich vaak niet dat dit onzichtbare risico’s meebrengt.

Fondsen met een beleggingsportefeuille maken afspraken met de vermogensbeheerder/bank hoe het vermogen te beleggen, waarbij het risicoprofiel en de verdeling van de middelen worden vastgelegd. Basis is meestal een financiële meerjarenplanning waarin de kasstromen worden geprognotiseerd. Besturen hebben echter weinig aandacht voor bescherming van het vermogen zelf; er wordt nog steeds weinig gebruik gemaakt van een financieel (of beleggings)statuut waarin de regels voor behoud van vermogen zijn vastgelegd.

Vastleggen van financiële risico’s dwingt een bestuur hierover na te denken. Welke risico’s kan en mag het fonds dragen, is beleggen passend, wat is de consequentie van niet beleggen, waarin mogen we beleggen (categorieën, producten, duurzaamheidscriteria), hoe monitoren we dit, wie is verantwoordelijk en hoe hierover verantwoording af te leggen, et cetera. Ten onrechte denken veel besturen dat een beleggingsplan (of mandaat) van de vermogensbeheerder voldoende is. Een mandaat geeft alleen maar aan wat de beheerder gaat doen en niet wat de spelregels van het fonds zijn.

Een financieel of beleggingsstatuut is noodzakelijk
Ook als er niet belegd wordt is een financieel of beleggingsstatuut noodzakelijk. Daarin worden de afspraken rondom het vermogen vastgelegd. Stakeholders, oprichters van het fonds, de donateurs en de goededoelen vragen om deze verantwoording. Een dergelijk statuut zou ieder fonds, met of zonder beleggingsportefeuille, moeten opstellen, zodat aantoonbaar is dat het vermogen prudent wordt beheerd.
Het statuut geeft de kaders aan waarbinnen een bank of vermogensbeheerder het mandaat mag uitvoeren. Een paragraaf over de maatschappelijke criteria waaraan beleggingen moeten voldoen is, blijkt uit het onderzoek van Capital Counsel, bij slechts de helft van de ondervraagden opgenomen. Los van de wenselijkheid van het maatschappelijk verantwoord beleggen, realiseren besturen zich blijkbaar  onvoldoende dat dit aanzienlijke risico’s met zich mee kan brengen. De afgelopen jaren zijn er nogal wat reputaties van fondsen geschaad doordat de beleggingen door de media in negatief daglicht werden
gesteld.

Leg de criteria voor duurzaam beleggen vast
Naast de fondsen die wel criteria hebben vastgelegd zijn er fondsen die zeggen wel duurzaam te beleggen maar hierover niets hebben vastgelegd. Het lijkt aannemelijk dat het beleid van de vermogensbeheerder wordt gevolgd. Een gemiste kans, want voor deze maatschappelijke organisaties is het tegenwoordig goed mogelijk om de beleggingen de signatuur mee te geven passend bij de doelstelling van het fonds. Een versterking van de propositie en een mooie gelegenheid om aan te tonen dat ook een beleggings-portefeuille kan bijdragen aan de missie.

Rapportage: inzicht in risico’s
Om te beoordelen of afspraken uit het financieel/beleggingsstatuut worden nageleefd door de vermogensbeheerder is een goede rapportage noodzakelijk. Voor bestuurders zijn rendement en kosten belangrijke criteria bij de beoordeling van de vermogensbeheerder. Feitelijk geeft dit echter onvoldoende handvatten om vast te stellen of hij zijn werk goed doet. Een rapportage kan inzicht geven met welke risico’s het rendement is behaald, wat de toegevoegde waarde van de beheerder is ten opzichte van de markt, of men zich houdt aan de gestelde (duurzaamheids)criteria en wat de werkelijke kosten van het beheer zijn geweest.

Capital Counsel

Capital Counsel

Dit artikel is geschreven door Leonie Jesse (rechts) en Liesbeth Rutgers van Capital Counsel, een organisatie die instellingen en besturen begeleidt bij de inrichting van de governance, het structureren van het vermogen, het risicomanagement en de monitoring. In het rapport “Good Governance, een onderzoek naar Governance en risicomanagement in de goededoelensector”, bevraagt Capital Counsel 110 vermogensfondsen en goededoelenfondsen over hun governance, financiën en beleggingen. Daarnaast hebben 8 instellingen een interview gegeven.

U kunt het rapport opvragen via info@capitalcounsel.nl.