1. Home /
  2. Over ons /
  3. KAS Insights /
  4. IORP II een kans of een moetje?...

IORP II een kans of een moetje?

Vanaf 13 januari 2019 is de IORP II-richtlijn voor pensioenfondsen van kracht. Is dit een papieren exercitie in uw risicomanagement-processen of de stap naar een nog doeltreffender governance?

15 jan 2019

Deel op  

"Was de governance dan onvoldoende?", hoor ik u denken. Nee, integendeel!  Pensioenfondsbestuurders hebben de unieke verantwoordelijkheid voor het beheer van de pensioengelden van hun deelnemers en hebben dus een grote verantwoordelijkheid. Onnodige (beleggings-)risico’s dienen daarom te allen tijde vermeden te worden.

Door kortingen, hoge kosten en een gewijzigde perceptie op het gebied van ‘moreel minder aanvaardbare’ beleggingen is het beeld van een pensioenfonds als solide instelling aangetast. Daarnaast verwacht de politiek dat pensioenfondsen onder andere bijdragen aan het herstel van de woningmarkt en het klimaatakkoord. De media spelen gretig in op deze negatieve perceptie van de deelnemers en stelt de houdbaarheid van het huidige pensioenstelsel ter discussie. Om het vertrouwen terug te winnen, dient er in ieder geval discussie te zijn over de kwaliteit van besturen, anders zal de deelnemer mogelijk zelf zijn beleggingen willen regelen. Sturen op risico’s is dus essentieel. En met het aantoonbaar in control zijn over de risico’s, wordt de kwaliteit van het besturen onderstreept!

Nieuw governancemodel onder IORP II: in lijn met huidige modellen

IORP II legt de lat voor de kwaliteit van de aansturing van pensioenfondsen een stukje hoger dan bestaande bestuursmodellen voorschrijven en sluit meer aan bij de huidige governancemodellen in de financiële sector, zoals het gangbare three lines of defence-model (3LoD); het model waar ook de DNB op aanstuurt. In het 3LoD-model is de risicobeheersing gebaseerd op drie verdedigingslinies;

  1. Eigenaarschap;
  2. Toezicht;
  3. Zekerheid.

Onderdeel van de IORP-richtlijn is het aanstellen van sleutelfunctiehouders, welke onderdeel zijn van de tweede verdedigingsrichtlijn (het risico toezicht). Bij de invulling van deze functies hebben pensioenfondsen een zekere mate van vrijheid. Naast voldoende countervailing power, dienen sleutelhouders op onafhankelijke wijze te kunnen acteren en het gesprek aan te gaan met het bestuur over bevindingen binnen hun aandachtsgebied. Bij verschillende fondsen ontstond discussie over de definitie van de rollen en verantwoordelijkheden van de sleutelfuncties in een adequaat risicoframework. Een belangrijk uitgangspunt van het 3LoD-model is namelijk dat er sprake is van een adequate scheiding van rollen. Het uitvoeren van werkzaamheden mag hierdoor niet worden gecombineerd met de controle daarop. Ook kan een sleutelhouder geen verantwoordelijkheid dragen voor andere aandachtsgebieden die tot een belangenconflict kunnen leiden. De combinatie van verantwoordelijkheid voor het vermogensbeheer met de rol van de houder van de risicobeheerfunctie is dus niet mogelijk. Ook dienen sleutelfunctiehouders onafhankelijk te zijn en zich te distantiëren van besluitvorming. Dit betekent in de praktijk dat de betreffende sleutelfunctiehouder geen stemrecht heeft. Afhankelijkheid van de complexiteit van het fonds (de zogenaamde proportionaliteit) brengt met zich mee dat de exacte invulling per pensioenfonds verschillen.

Nieuw onderdeel in IORP II: de eigenrisicobeoordeling

Een andere vernieuwing die IORP II met zich meebrengt is de eigenrisicobeoordeling (ERB). De ERB dient onder andere een beoordeling te omvatten van de doelmatigheid van het risicobeheersysteem en de operationele & financiële risico’s. Aanvullend komen in de ERB ook de risico’s buiten het standaard FTK- en FIRM-raamwerk en de ALM aan bod, zoals het projecteren van de interne en externe risico’s naar de toekomst en de afstemming met de strategie. Het gebruik van extreme scenario’s en what if-analyses kan het bestuur waardevolle inzichten geven en het ondersteunt de discussie over een mogelijke toekomstrichting. Daarnaast draagt het bij aan een betere kwaliteit van de besluitvorming.

Met de IORP II-richtlijn wordt ook een nieuwe categorie risico’s in de beleggingsportefeuille geїntroduceerd; de ESG (Environmental, Social & Governance)-risico’s. En dat is niet voor niks, want misstanden in milieu en sociale kwesties, de eerste twee ESG-pijlers, zijn waarschijnlijker als een onderneming de derde pijler (governance), geen prominente plaats gegeven heeft. Het belang voor pensioenfondsen om meer aandacht te geven aan de onderbouwing en impact van ESG-factoren op het vermogensbeheer en hoe deze deel uitmaken van het risicobeheersysteem is dus onlosmakelijk verbonden met goede governance. Het is alleen de vraag of een pensioenfonds het op dit vlak ooit goed kan doen. Iedere deelnemer heeft namelijk zijn eigen morele kompas, terwijl een beleid veelal het gemiddelde van deze kompassen zal zijn. Dit zal het vertrouwen in pensioenfondsen mogelijk eerder doen afnemen dan vergroten! Hier ligt dus een uitdaging voor de bestuurders.

IORP II biedt pensioenfondsen een kans om bij te dragen aan het herstel van vertrouwen van hun deelnemers. Een goede werking van de sleutelfuncties (toetsbaar via de periodieke ERB) leidt tot een nog betere risicobeheersing, doordat onnodige en ongewenste risico’s kunnen worden voorkomen. Een bestuur dat aantoonbaar in control is heeft de toekomst!

Larissa Gabriëlse

Meer weten over goede risicogovernance onder IORP II?

Larissa Gabriëlse

Business Development Director Pensions
+31 (0)20 557 5640