1. Home /
  2. Over ons /
  3. KAS Insights /
  4. MiFID II, voldoet het aan de verwachtingen?...

MiFID II, voldoet het aan de verwachtingen?

We zijn twee maanden verder na de inwerkingtreding van Markets in Financial Instruments Directive (MiFID) II op 3 januari. Nu het stof is neergedaald zien we inderdaad meer transparantie op de financiële markten. Tegelijkertijd is de handel in financiële instrumenten op de Over The Counter (OTC)-markten onaantrekkelijk geworden. Merkt de belegger daar ook wat van?

05 mrt 2018

Deel op  

Door Geert-Jan Kremer

OTC markten drogen op

Duidelijk is dat de bilaterale handel op de OTC markt aan het opdrogen is. De markt vult het ontstane gat zelf op met nieuwe platformen. In de markt zien wij een duidelijke verschuiving van handelsstromen naar de nieuwe Regulated Trading Faciltities en meer transparantie in de prijsvorming. Dat juich ik toe. MiFID II voldoet zo ook aan de wens om de handel inzichtelijker te maken voor de toezichthouders. Daar staat tegenover dat handelaren zelf hun aansluitingen moeten regelen op de nieuwe platformen en dat kost tijd en geld. Voor kleinere partijen lijkt dat een probleem te zijn. Maar daar merkt de belegger (particulieren, institutionele beleggers en financiële instellingen) gelukkig weinig tot niks van.

Rapportageverplichting: land van herkomst bepalend

Door MiFID II is de machinekamer voor het afwikkelen van transacties ondertussen wel veel ingewikkelder geworden. Vooral de Approved Reporting Mechanism, partijen die door de toezichthouders zijn goedgekeurd om voor derden rapportages uit te voeren, ondervinden hier last van. Wat vooral hoofdbrekens kost, is dat MiFID II voor de rapportageverplichting kijkt naar ‘het land van herkomst’ van het verhandelde instrument. Als een instrument in opdracht van een klant via Chicago wordt verhandeld en de onderliggende waarde aan een Europese beurs staat genoteerd, dan moet deze transactie, ook al is hij uitgevoerd buiten Europa, wel degelijk worden gerapporteerd in het land van notering.

Stortvloed aan data

Door de strenge regelgeving en rapportagevereisten is er sprake van een stortvloed aan data waar de toezichthouders nog even geen raad mee lijken te weten. We hebben dat al eerder gezien bij EMIR. Het lijkt erop alsof de toezichthouders denken: zorg eerst maar dat je compliant bent en dan zien we wel hoe het in de praktijk uitpakt. Zo ook de discussie rond no LEI (Legal Entity Identifier) no Trade. Als een klant geen LEI heeft, mag er mee gehandeld worden als de bank een volmacht krijgt die LEI aan te vragen. Dat kan ook geïnterpreteerd worden als: wanneer de LEI in aanvraag is maar nog niet geleverd (vanwege topdrukte bij de Kamer van Koophandel), dan gaan we gewoon aan de slag. Maar wie handelt zonder LEI, aangevraagd of ontvangen, is hoe dan ook onherroepelijk de klos.

Wie verzaakt kan maatregelen verwachten

Voorlopige conclusie na twee maanden MiFID II: de regelgeving werkt zoals hij bedoeld is. De transparantie neemt toe en beleggers worden beter beschermd. Zoals al was voorspeld, is de voornaamste bottleneck de stortvloed aan data door MiFID II. De toezichthouders leren gelukkig wel van het verleden en kijken pragmatisch naar de gevolgen. Dat betekent echter niet dat de aandacht voor de toepassing van MiFID II mag verslappen. Wie verzaakt kan maatregelen verwachten. En de toezichthouder kan dan altijd zeggen: we told you so.

 

Wouter Slijper

Meer weten over MiFID II

Wouter Slijper

Business Development Manager
+31 (0)20 557 2104