1. Home /
  2. Over ons /
  3. KAS Insights /
  4. Pensioenkosten: een Cruijffiaanse...

Pensioenkosten: een Cruijffiaanse blik

Één van de grootste beloftes van het Algemeen Pensioenfonds is die van kostenbesparingen. Dan zou je toch denken dat één nationale APF uiteindelijk de goedkoopste oplossing is voor iedereen?

16 feb 2017

Deel op  

Een pensioenfondsbestuurder zou eigenlijk moeten fronsen als alleen kostenbesparing wordt aangehaald als motivatie voor consolidatie.

Rob Spil

Als een pensioenfonds instapt in een Algemeen Pensioenfonds (APF) zouden het pensioenfonds en de deelnemers beter af zijn omdat er op kosten wordt bespaard. En daardoor blijft er meer over voor de hoofdopdracht van het pensioenfonds. Namelijk het uitkeren van pensioenen. Eigenlijk wordt er door de APF-adepten gesteld dat consolidatie leidt tot schaalvoordelen. Recent las ik zelfs in de krant: “Hoe groter de APF, hoe lager de kosten”. Dan zou je toch denken dat één nationale APF uiteindelijk de goedkoopste oplossing is voor iedereen?

Kijken bij de buren
Dat laatste bedoelen de APF-ers natuurlijk niet. Dat er schaalvoordelen te behalen zijn op kosten, zoals administratie, datamanagement en DNB rapportages, ligt wel voor de hand. Maar ik ben dan wel nieuwsgierig naar het verband tussen consolidatie en schaalvoordelen.

Wel, er bestaat een sector die veel overeenkomsten heeft met pensioensector. Die ook een onafhankelijke toezichthouder kent, die toetst op de integriteit van bestuurders, en die de financiële positie beoordeelt aan de hand van beschikbare liquiditeit en solvabiliteit. Doet dat al een bel rinkelen? Ten slotte is het ook nog eens een sector waar de consolidatiegraad (van 474 instellingen in 2006 naar 363 in 2014) net zo hoog is als bij pensioenfondsen (van 767 in 2006 naar 365 in 2014). De pensioensector zou kortom weleens kunnen leren van de woningcorporatiesector die onder toezicht staat van de Autoriteit Woningcorporaties.

Consolidatie en kosten
In 2010 bestond ruim 40 procent van de corporatiesector uit woningbouwverenigingen die tussen 1997 en 2010 betrokken zijn geweest bij fusies. Onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving zagen er brood in om te analyseren of deze fusies inderdaad geleid hebben tot schaalvoordelen. Hun opvallende conclusie was dat gefuseerde corporaties gemiddeld hogere (!) bedrijfslasten hebben dan niet gefuseerde corporaties. Een pensioenfondsbestuurder zou dus eigenlijk moeten fronsen als alleen kostenbesparing wordt aangehaald als motivatie voor consolidatie.

Cultuur en kosten
Een ander interessant onderzoeksresultaat is, dat deze hogere bedrijfslasten niet worden veroorzaakt door de fusie zelf, maar door kenmerken die de fusiepartners al voor de fusie hadden, zoals de bedrijfscultuur. Een pensioenfondsbestuurder én het APF moeten zich dus allebei afvragen hoe kostenbewust de beoogde fusiepartner eigenlijk wel is en hoe diep efficiency is doordrongen in de bedrijfscultuur van de ander. Bestaat er eigenlijk wel een ‘cultural fit’ tussen de twee partners? Dat is met deze kennis in het achterhoofd misschien nog wel belangrijker als je op enig moment moet constateren dat de gezochte kostenbesparing niet wordt gehaald. Dan kun je een culturele match wel gebruiken tijdens de discussies hierover.

Een Cruijffiaanse blik op pensioenkosten
De focus op kostenbesparingen doet geen recht aan de eventuele mogelijkheden tot kwaliteitsverbetering in de dienstverlening. Bovenstaand onderzoek heeft dat aspect ook niet meegenomen in de analyse. De beloftes van een verbeterde communicatie richting deelnemers of een verhoogde professionaliteit in vermogensbeheer moeten belangrijke factoren zijn voor de beslissing tot consolidatie, eerder dan de mechanische blik op kostenbesparingen. “Elk schaalvoordeel heb z’n schaalnadeel”, zou een bekend voetbalicoon hierover gezegd kunnen hebben.