1. Home /
  2. Over ons /
  3. KAS Insights /
  4. Hobbels voor het Algemeen Pensioenfonds...

Hobbels voor het Algemeen Pensioenfonds

Pensioenfondsen hebben tot nu toe opvallend weinig initiatieven getoond om gezamenlijk tot een Algemeen Pensioenfonds te komen. Een verklaring kan zijn dat zij niet opereren onder de tucht van de markt.

16 feb 2016

Deel op  

De verdeling van de kosten en het benodigde eigen vermogen zijn een ingewikkelde kwestie

Jacco Heemskerk

Pensioenfondsen voelen in toenemende mate de noodzaak om zich te bezinnen op de toekomst. Maar pensioenfondsen zijn geen snelle beslissers. Alleen de druk van de wetgever en toezichthouder lijkt, al gaat dat langzaam, tot structurele veranderingen in de sector te leiden. Bijeenkomsten waar het Algemeen Pensioenfonds (APF) centraal staat worden evenwel massaal bezocht. Er is dus wel degelijk belangstelling voor het APF.

Tot nu toe zijn het echter vooral commerciële partijen die hebben aangegeven een APF in oprichting te hebben. Nederlandse pensioenverzekeraars zien het APF als oplossing voor de hoge kapitaalseisen voor garantieregelingen onder Solvency II, de verdergaande consolidatie in de markt voor pensioenuitvoering en de concurrentie op de markt voor vermogensbeheer. Zij hebben de middelen voor het opzetten van een APF, zowel in termen van het vereiste eigen vermogen, de out-of-pocket kosten en de inzet van personeel.

Hobbels
Een pensioenfonds heeft daarentegen een aantal hobbels te nemen. In de eerste plaats moeten partijen gevonden worden om mee samen te gaan in een APF. Partijen moeten voldoende overeenkomsten hebben om tot elkaar te komen. Als die partijen al geïdentificeerd worden is de besluitvorming complex. Het gemiddelde fonds heeft vele belanghebbenden: een pensioenfondsbestuur, een directie van het bestuursbureau, de werkgever, soms de buitenlandse moeder en ook de vakbonden of ondernemingsraad. De belangen van die partijen moeten uiteindelijk samenkomen. Dat is niet eenvoudig.

In de tweede plaats moeten de pensioenfondsen, die veelal bestaan uit bestuurders waarvan het pensioenfonds niet de hoofdbaan is, mensen en middelen vrijmaken. Wie kan zich naast een baan en een rol als pensioenfondsbestuurder ook committeren aan het opzetten van een Algemeen Pensioenfonds? Hoe gaan de partijen onderling de governance organiseren? Maar ook de verdeling van de kosten en het benodigde eigen vermogen zijn een ingewikkelde kwestie.

Schaalgrootte
In de derde plaats verwacht ik dat pensioenfondsen zich zullen afvragen bij welke schaalgrootte een APF levensvatbaar is. Welke omvang is nodig om voldoende kennis, ervaring en competenties in te huren? Gezien het feit dat ook grotere ondernemingspensioenfondsen zich oriënteren op het APF lijkt deze vraag gerechtvaardigd. Daarnaast moet worden bedacht hoe je ervoor zorgt dat je een aantrekkelijke werkgever bent/blijft. En wat is uiteindelijk een concurrerend aanbod voor andere geïnteresseerde partijen om tot de gewenste schaalgrootte te komen. Als je met meer partijen start, dan heb je wellicht een grotere omvang bij de start, maar de complexiteit van het optuigen van het APF neemt dan onevenredig toe.

De wet vereist van pensioenfondsen dat ze onderzoek doen naar de risicobereidheid van deelnemers, de wens van deelnemers om verantwoord te beleggen en van het bestuur dat zij haar beleggingsovertuigingen vastlegt. Als je bij aanvang deze veelal verschillende waarden al met elkaar in overeenstemming weet te brengen, hoe ga je dan om met verschillen die ontstaan als later andere pensioenfondsen toetreden.

Lees ook het interview met Jacco Heemskerk over ‘De 3 grootste obstakels op de weg naar een APF’. 

Jacco Heemskerk is o.a. vice-president van de CFA Society Netherlands. Dit instituut is al zestig jaar actief in het opleiden van beleggingsprofessionals waarbij het accent ligt op ethiek en gedrag.