1. Home /
  2. Over ons /
  3. KAS Insights /
  4. EMIR clearing vraagt om liquiditeiten-management...

EMIR clearing vraagt om liquiditeiten-management

Door de invoering van de European Markets Infrastructure Regulation (EMIR) is de derivatenhandel wezenlijk veranderd. Dat besef is nu echt doorgedrongen tot de markt.

Eén van de kernpunten van EMIR is de centrale clearing van OTC derivatencontracten via een centrale tegenpartij, In het kielzog krijgt liquiditeitenmanagement en het beheersen van liquiditeitsrisico’s steeds meer aandacht.

11 jan 2016

Deel op  

Welke risico’s raken we kwijt en welke risico's krijgen we terug? En wat mag risicomitigatie kosten?

Geert Jan Kremer - Managing Director Treasury KAS BANK

Risicomitigatie
In de aanloop naar de invoering van EMIR is vooral het vraagstuk van risicomitigatie interessant. EMIR is in het leven geroepen om de risico’s rondom derivaten verder te beperken en te beheersen. Eën van de maatregelen is het verplicht clearen van OTC derivatentransacties via een centrale tegenpartij (CCP). Veel partijen maken daarvoor gebruik van een General Clearing Member (GCM). Maar hoe beoordeel je het tegenpartijrisico op de door jou gekozen GCM? Wat gebeurt er als de GCM in gebreke blijft of zelfs failliet gaat? Kun je misschien beter zelf gaan clearen door je bij de CCP aan te sluiten? En hoe pak je dat dan aan? Dat zijn belangrijke vragen bij de inrichting van het risicobeheersingsproces. Net als de vraag: welke risico’s raken we kwijt en welke risico's krijgen we terug?

Liquiditeitsrisico wordt op dit moment geïdentificeerd als het belangrijkste risico. In het denken daarover zit wel beweging, maar minder dan ik had verwacht. De markt lijkt er wel op te hopen dat De Nederlandsche Bank (DNB) ineens een wit liquiditeitskonijn uit de toezichthoed gaat toveren. Zelf denk ik echter dat zolang we niet met een werkbaar voorstel komen om liquiditeitsrisico te managen DNB ook niet zal bewegen. En dat betekent dat pensioenfondsen, verzekeraars, banken, CCP’s en alle andere participanten de handen ineen moeten slaan om tot een werkbare oplossing te komen binnen de bestaande wet- en regelgeving.

Wat mag het kosten?
Ook interessant is wat risicomitigatie gaat kosten. Wel of niet clearen scheelt bijvoorbeeld in de prijs van swaps, want het scheelt operationele kosten. Tegelijkertijd maak je kosten bij het genereren van het juiste onderpand dat gestort moet worden bij de CCP (als je het juiste onderpand niet hebt natuurlijk). Voor de toezichthouders is de situatie heel interessant. Uit de presentatie van DNB bleek dat zij volstrekt onverzettelijk zijn in de ja/nee vraag met betrekking tot het voldoen aan de vereisten onder EMIR. Maar als je eenmaal ja hebt gezegd tegen het concept van clearing van derivaten, dan kunnen ze in de gesprekken heel meegaand zijn.

Of dat in de praktijk ook zo gaat uitpakken, moet echter nog blijken. Toezichthouders weten wat er moet gaan gebeuren, ze kennen de problemen en volgen de markt. Maar ze zijn ook een beetje kopschuw geworden door de initiële problemen met EMIR. Zo is de verplichte melding van derivatentransacties aan trade repositories voor een aantal partijen uitgelopen op een drama. Sommige meldingen zijn verdwenen, terwijl andere meldingen incorrect zijn. Een aantal partijen geeft aan niet te kunnen melden. De toezichthouder is er inmiddels van overtuigd dat dit nu gewoon goed geregeld moet worden. Met als effect dat de rol van de custodian in het EMIR proces steeds belangrijker wordt.

Rol van de custodian verandert
Marktpartijen klagen regelmatig over de GCM’s. Het collateral management en liquiditeitsbeheer verloopt niet altijd volgens verwachting. De custodian is steeds vaker de partij die komt helpen als het helemaal fout dreigt te gaan. Zij ontwikkelen zich steeds meer tot een ‘trusted partner’ voor degene die gaat clearen. Dat zie je ook in zogenaamde ‘quad modellen’, waarbij een pensioenfonds, een clearingmember, de CCP (centrale tegenpartij) en de custodian gezamenlijk de initial margin veiligstellen voor het pensioenfonds. Van die vier partijen wordt de custodian het meest vertrouwd. Het genereren van liquiditeit via een custodian wordt daarmee een interessante optie.

Een grootbank kan helpen om onderpand/liquiditeit te genereren op basis van de obligatieportefeuille van zijn klant. Maar het kan wel even duren voordat de stukken daar zijn waar de klant ze wil hebben, bij de CCP. Een custodian heeft precies inzicht in alle bewaarplaatsen en de beschikbaarheid van stukken in de obligatieportefeuille van de klant. Daardoor kan hij de stukken snel overboeken en daarmee beschikbaar maken als het juiste onderpand op de juiste plaats. Daarmee vervult hij een belangrijke, zo niet essentiële rol in het collateral management proces en beheersing van het liquiditeitsrisico. Met name institutionele beleggers kunnen daar hun voordeel mee doen.

Mark van Weezenbeek

Meer weten?

Mark van Weezenbeek

Managing Director
+31 (0)20 557 5483